Als ik in een O&O-bedrijfsproject wil samenwerken met onderzoeksinstellingen of bedrijven buiten Vlaanderen, kan dat en welke regels gelden dan?

Grensoverschrijdende samenwerking wordt sterk gestimuleerd. Ze kan plaatsvinden onder verschillende vormen : 
  1. Een bedrijf kan beroep doen op een onderzoeksinstelling of een bedrijf als onderaannemer? in het buitenland. Hierbij gelden dezelfde regels als voor de Vlaamse onderzoekspartners of onderaannemers. Let wel op dat een bedrijf dat een eigen valorisatierationale heeft (die bijvoorbeeld blijkt uit het opbouwen van eigen intellectuele eigendom of exploitatie van de resultaten) of zijn eigen risico draagt, niet als een onderaannemer zal beschouwd worden. De facturen die de bedrijfspartner krijgt voor de uitvoering van het project vormen binnen de regels van het kostenmodel een subsidieerbare kost.

    Wanneer het bedrijf buiten Vlaanderen met een Vlaamse bedrijfspartner verbonden is, moet dit bedrijf zijn kosten inbrengen op dezelfde manier als een Vlaams bedrijf en zijn er bijvoorbeeld geen winsttoeslagen e.d. aanvaardbaar.

    In elk geval is het zo dat maximaal 50% van de steun betrekking mag hebben op activiteiten buiten Vlaanderen.
  2. Een bedrijf kan ook samenwerken met bedrijven buiten Vlaanderen in een gemeen­schappelijk, grensoverschrijdend project, elk voor eigen rekening. Dit kan in de eerste plaats gebeuren binnen formele regelingen zoals EUREKA, ERA-netten en andere internationale instrumenten. Indien daar niet de juiste mogelijkheden worden geboden, kan naar een ad hoc oplossing gezocht worden. Het staat een bedrijf dus vrij om een dergelijke samenwerking uit te voeren, maar de kosten van dergelijke buitenlandse partijen zullen natuurlijk niet voor subsidie in aanmerking komen. De niet-Vlaamse bedrijven moeten ofwel zelf voor hun eigen kosten instaan of steun krijgen van hun overheid. Bovendien moeten de exploitatierechten van de Vlaamse bedrijven gewaarborgd blijven.