Frequently Asked Questions - Veel gestelde vragen rond extra steun voor Duurzame Technologische Ontwikkeling


DTO-toeslag kan toegekend worden indien het project aan de gestelde voorwaarden voldoet, zelfs al is dit niet de voornaamste motivatie van het project.

Indien het project een substantiële verbetering kan opleveren op één van de ecologische doelstellingen is dat voldoende. Het is niet nodig om op alle of de meeste doelstellingen te scoren. Eventuele negatieve milieu-effecten moeten wel afgewogen worden t.o.v. de milieuvoordelen.

De lijst met publieke ecopunten is inderdaad beperkt. U kan proberen om ecopunten te zoeken voor gelijkaardige producten en daarmee een berekening te maken. Maak dan wel duidelijk welk product de referentie is of meldt de bron van uw cijfermateriaal.

Inderdaad, maar die zijn minder makkelijk af te leiden of zijn niet publiek beschikbaar. Volgende berekende ecopunten, die niet in de bijlage te vinden zijn, werden al door IWT-Vlaanderen aanvaard:
Water: 0.05 millipunten (mPtn) per liter drinkwater (referentie berekening door de VITO);
Diesel voor verwarming, landbouwmachines, statische motoren: Uitgaande van 5,6 mPtn per MJ energy (productie+ verbranding brandstof), een energie-inhoud van 42 MJ/kg en een densiteit van 0,85 kg/l, komen we op 200 mPtn per liter brandstof.

In principe wel. Alhoewel de resultaten in dat geval nog onzeker zijn, kan toch een zo realistisch mogelijke inschatting gemaakt worden van de ecologische voordelen. Eventueel kan er een onzekerheidsinterval aangegeven worden of kan melding gemaakt worden van een optimistisch, een realistisch en een pessimistisch scenario. De realiteitswaarde van de vooropgestelde cijfers vormt een basis voor evaluatie.

Ja dat kan bij KMO?-innovatieprojecten en O&O-bedrijfsprojecten. In een KMO-innovatiestudie leidt de goedkeuring van DTO-studie-activiteiten, automatisch tot het toekennen van een DTO-toeslag.
 

Het wereldwijde valorisatiepotentieel en de bijhorende milieuvoordelen worden in aanmerking genomen.

In principe wel, voor zover de milieuvoordelen via een door het IWT aanvaardbare methode gekwantificeerd kunnen worden.

Een functionele eenheid laat toe om twee technologieën of producten met elkaar te vergelijken qua milieu-impact. Er wordt in de eerste plaats gekeken naar de functie van de technologie bv. de verwarming van 1 m3 bouwvolume, de zuivering van 1 m3 water, de productie van 1 ton chocolade of papierpulp, de verpakking van 1000 l melk, etc. Verschillende technologieën kunnen dezelfde functie op een meer of minder milieu-efficiënte manier invullen. De aanvrager is het best geplaatst om een zinvolle functionele eenheid te definiëren

BBT staat voor Best Beschikbare Technieken en wordt in het Engels ook als BAT(NEEC) aangeduid of Best Available Techniques Not Entailing Excessive Costs. Het zijn technische en organisatorische hulpmiddelen die het meest doeltreffend mens en milieu beschermen, vanuit een integrale benadering (dus voor elk onderdeel van het milieu). De technieken zijn reeds in de praktijk toegepast en worden op de markt aangeboden. De kosten zijn redelijk t.o.v. het resultaat en haalbaar voor de bedrijven in de betrokken bedrijfstak. Voor één specifiek probleem zijn meerdere “beste” technieken mogelijk. De term wordt ook gebruikt in het kader van de milieuregulering (milieuvergunningen). Voor verdere info en BBT-studies wordt verwezen naar http://www.emis.vito.be/

BREFs zijn Europese BBT-studies. De Europese Richtlijn 96/61/EG van 24 september 1996 inzake Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging (de IPPC- of GPBV-richtlijn) vraagt dat alle annex-1 bedrijven (GPBV-bedrijven volgens Vlarem I) ten laatste in 2007 werken volgens vergunningsvoorwaarden gebaseerd op BBT. Om de lidstaten hierbij te helpen organiseert de Europese Commissie een uitwisseling van gegevens op gebied van BBT. Concreet worden door het IPPC-bureau in Sevilla (Spanje) zogenaamde BREFs of BBT-referentiedocumenten opgesteld met hulp van de lidstaten en de betrokken industrie. Deze BREFs zijn te raadplegen via het internet (meer info: http://www.emis.vito.be en http://eippcb.jrc.es) en kunnen ook in boekvorm besteld worden.

Inderdaad, duurzame ontwikkeling is een breed begrip dat niet verengd mag worden tot een louter ecologische dimensie, ook economische en sociale voordelen worden onder deze noemer geplaatst, evenals ethische overwegingen m.b.t. de billijke verdeling van welzijn en welvaart, zowel tussen generaties als binnen éénzelfde generatie (Noord-Zuid problematiek). In onze context wordt de definitie beperkt tot de ecologische maatschappelijke voordelen, conform de beslissing van de Vlaamse Regering.

Hulpbronnen zijn natuurlijke voorraden (reservoirs) waaruit geput kan worden met het oog op benuttiging voor producten of processen. Fossiele brandstoffen, nucleaire en minerale grondstoffen worden tot de niet-hernieuwbare hulpbronnen gerekend, gezien de eindigheid van de voorraden. Biologische reservoirs zoals bijv. bossen, landbouwgrond, oppervlakte- regen- en grondwater worden tot de hernieuwbare of regenereerbare grondstoffen gerekend, tenzij er overexploitatie optreedt. Tot de hernieuwbare energiebronnen rekent men o.m. zonne- en windenergie en waterkracht

Nee, maar het DTO-criterium krijgt een groter gewicht op de valorisatie-as, wat toch enig effect kan resorteren, gezien de veel hogere selectiviteit in deze programma’s. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de meest recente oproepdocumenten van deze programma’s (onder meer beschikbaar op de IWT-website).

Dit komt inderdaad geregeld voor. In de praktijk is bij ecodesign studies reeds gebleken dat bijvoorbeeld een verbetering van de energetische efficiëntie van een warmtewisselaar met 1 % een belangrijker milieu-effect ressorteert dan eender welk gebruik van minder milieubelastende grondstoffen bij de productie van het apparaat

In dergelijke gevallen kunnen de milieu-effecten uitgesplitst worden per toepassingsmogelijkheid. In regel wordt er uitgegaan van het meest realistische valorisatieresultaat. Indien de milieu-effecten (eco-efficiëntieverbetering gecombineerd met een voldoende valorisatieperspectief) voor één toepassingsmogelijkheid voldoende groot zijn, kan het project DTO-steun krijgen.