
Auteurs : Henri Delanghe - Marc Tiri - Jan Larosse - Donald Carchon
Publicatiedatum : mei 2003
Dit rapport presenteert de eerste resultaten van het derde EC-enquête inzake innovatie (CIS-3) in Vlaanderen.
Het rapport begint met uitleg over de organisatie van de CIS-3 en de methodologische keuzes die gemaakt wderden om de kwaliteit van de gegevensinzameling te verbeteren, gezien de onbevredigende resultaten van CIS-2. De innovatiestatistieken die voortvloeiden uit CIS-2 impliceerden dat de Vlaamse ondernemingen niet erg inovatief waren (innovatie-ratio van 34% in de industrie en 18% in de dienstensector). Deze cijfers spraken eerdere Vlaamse onderzoeken over hetzelfde onderwerp tegen.
Bij de organisatie van de CIS-3 in Vlaanderen, werden twee bijzondere soorten problemen dan ook zorgvuldig aangepakt. Eerst en vooral werden, voor zover de inhoud van de vragenlijst betrof, pogingen gedaan om het probleem van de 'flexibiliteit in interpretatie' ten aanzien van het begrip 'innovatie' aan te pakken. Om die reden, werden bijkomende vragen ingevoerd om een aantal randkwesties te verduidelijken. Zo werd een extra innovatie-categorie voor 'slechts licht verbeterde' producten en processen toegevoegd, naast de 'nieuwe en aanzienlijk verbeterde producten en processen' die gewoonlijk alleen in aanmerking komen als' innovatief '. Verder werd een extra onderscheid gemaakt tussen 'technologische innovaties' en 'niet-technologische innovaties'. Er werden ook enkele vragen toegevoegd met als doel een beter zicht te krijgen op zogenaamde niet-innovators.