Wie komt in aanmerking?
LA-trajecten kunnen enkel aangevraagd worden door kennisinstellingen (een Vlaamse instelling van hoger onderwijs, een onderzoeksinstelling of een erkend praktijkcentrum). Zij kunnen zelfstandig als projectaanvrager optreden, of in een samenwerkingsverband. Naargelang de aard van de activiteiten (kenniscreatie/-verwerving, kennisverspreiding en toepassen van kennis bij bedrijven) die voorzien worden in het LA-traject dienen de uitvoerders over de juiste competentie/expertise te beschikken.
Om samenwerking over de sectoren heen en met aanverwante kennis/technologiedomeinen te stimuleren, wordt in de mogelijheid voorzien om bedrijven uit de toeleverings- en/of de verwerkende industrie te betrekken bij LA-trajecten. Bedrijven kunnen als onderaannemer? deelnemen aan een LA-traject. Daarnaast kan er sprake zijn van een ‘symbiose’ of wisselwerking tussen het LA-traject en het innovatietraject van bedrijven. In dat geval kan een gemeenschappelijk project opgezet worden. De resultaten van een LA-traject kunnen ook een belangrijk ‘spillover’ effect hebben voor bedrijven uit de keten. In dat geval kan nuttige kennis/technologie die volgt uit het LA-traject in een apart innovatietraject verder ontwikkeld worden.
Onderaanneming
De aanvrager(s) kunnen beroep doen op onderaannemers om specifieke competentie/expertise in te brengen in het project. De kosten voor onderaanneming zijn vervat in de werkingskosten. Een onderaannemer ontleent de facto geen rechten uit het project. Vermits LA-trajecten oplossingen beogen die niet zondermeer beschikbaar zijn op de markt (innovatief karakter) zijn trajecten die quasi volledig via onderaanneming zouden (kunnen) uitbesteed worden, niet steunbaar. Wanneer beroep gedaan wordt op onderaannemers, dient men na te gaan of men al dan niet de regels van openbare aanbesteding moet volgen.
Gemeenschappelijk project
Het gemeenschappelijk project zal beoordeeld worden binnen de oproep LA-trajecten. Het aandeel van het budget voor de bedrijven uit de toeleverings- en/of de verwerkende industrie moet evenwel beperkt blijven t.o.v. het totale projectbudget. In een eerste fase zal nog geen limiet gesteld worden, maar dit zal verder opgevolgd worden en bijgestuurd indien nodig. Op vlak van IP zal in de aanvraag duidelijk aangegeven moeten worden wie de eigendomsrechten over welke projectresultaten verwerft. Er kunnen 2 opties onderscheiden worden:
- Samenwerking met één of een beperkt aantal bedrijven
De bedrijven treden op als medeaanvrager? van een LA-traject, maar kunnen enkel begunstigde? worden van steun volgens de modaliteiten van de O&O-bedrijfsprojecten subsidieregeling. Het innovatietraject van de bedrijven moet leiden tot nieuwe kennis, die praktisch kan toegepast worden en zo bijdraagt tot economische en eventueel ruimere maatschappelijke toegevoegde waarde?.
Elk bedrijf, van kmo? tot Vlaamse vestiging van een multinational, kan steun aanvragen. Voorwaarde is dat het bedrijf beschikt over een rechtspersoonlijkheid bij het ondertekenen van de overeenkomst. Verder moet het in staat zijn de resultaten (ook) in Vlaanderen te exploiteren. Zowel een individueel bedrijf als een (beperkt) aantal bedrijfspartners -verschillende bedrijven die samen het risico en de kosten dragen- kunnen steun aanvragen.
- Samenwerking met een collectief van bedrijven/beroepsfederatie
In dit geval treedt een Vlaams Innovatie Samenwerkingsverband (VIS?) op als medeaanvrager van een LA-traject. Deze kan enkel begunstigde worden van steun volgens de modaliteiten van de VIS-trajecten subsidieregeling, en dient te voldoen aan de voor VISsen geldende richtlijnen.Er worden bij voorkeur geen nieuwe juridische structuren opgericht.
Welke projecten komen in aanmerking?
De activiteiten met betrekking tot de invulling van de LA-trajecten zijn van uiteenlopende aard naargelang de concrete probleemstelling/uitdaging van het project. Kenmerkend voor LA-trajecten is een geïntegreerde aanpak, waarbij alle activiteiten gaande van kennisverwerving tot kennisgebruik in aanmerking komen, zolang deze activiteiten bijdragen aan innovatieve oplossingen en zichtbare veranderingen bij de doelgroepbedrijven. Een LA-traject wordt modulair samengesteld, men kiest de activiteiten in functie van de behoeften/noden. Er dient sterk over gewaakt te worden dat er voldoende onderlinge samenhang bestaat tussen de activiteiten.
Het verwerven van kennis speelt een belangrijke rol in een LA-traject, maar dient steeds in functie te staan van het concreet toepassen van die kennis bij de doelgroepbedrijven. In functie van de specifieke noden kan de kennis/technologie hiervoor zelf ontwikkeld worden dan wel kan eerder en/of in het buitenland ontwikkelde (geavanceerde) kennis/technologie aangewend worden. Projecten met een sterke focus op (strategisch) basisonderzoek zonder duidelijk uitzicht op toepassing van de resultaten op relatief korte termijn bij de doelgroepbedrijven passen niet in een LA-traject.
Valorisatie houdt in dat de ontwikkelde kennis bij voorkeur reeds tijdens het traject effectief gebruikt wordt door de bedrijven en/of organisaties uit de doelgroep. De projectaanvraag moet een duidelijke omschrijving bevatten van de voorziene activiteiten op vlak van kennisverspreiding en valorisatie van de resultaten. Er moet daarbij een focus zijn op die activiteiten die het meest kans bieden op concrete innovaties/veranderingen bij de doelgroep. In dit verband is het bijvoorbeeld mogelijk om een bedrijf een beperkt aantal dagen te begeleiden bij de voorbereiding op of het opzetten van concrete innovaties/toepassingen.
De belangrijkste vorm van kennisborging bij een LA-traject is de toepassing van die kennis bij de doelgroep binnen de projectduur. Het is echter mogelijk dat bepaalde kennis niet direct kan toegepast worden of aanleiding geeft tot een ‘spillover effect’. In dat geval dient de wijze van kennisborging, en eventuele (beperkte) activiteiten van kennisverspreiding/overdracht, na afloop van het traject eveneens beschreven te worden in de projectaanvraag.