Wie komt in aanmerking?
Elk bedrijf - van kmo? tot Vlaamse vestiging van een multinational - kan steun aanvragen voor O&O-projecten. Voorwaarde is dat uw bedrijf beschikt over een rechtspersoonlijkheid bij het ondertekenen van de overeenkomst. Verder moet het in staat zijn de resultaten ook in Vlaanderen te exploiteren. Zowel een individueel bedrijf als een aantal bedrijfspartners - verschillende bedrijven die samen het risico en de kosten van het project dragen - kunnen steun aanvragen.
Voor de uitvoering van het project kunt u samenwerken met andere bedrijven - in onderaanneming - en met onderzoekspartners. Zij kunnen zowel in het binnen- als in het buitenland gesitueerd zijn. Als aanvragend bedrijf draagt u de kosten voor beide.
O&O-bedrijfsprojecten kunnen deel uitmaken van een ruimer internationaal project, in netwerken zoals EUREKA of samenwerking gestimuleerd door de Europese Commissie in de European Research Area. Als buitenlandse bedrijven voor eigen rekening aan die projecten deelnemen, kunnen ze niet genieten van Vlaamse steun.
Welke projecten komen in aanmerking?
In deze regeling zoekt het IWT naar de projecten waarvoor de overheidssteun het grootste verschil maakt. Algemeen wordt erkend dat dit geldt voor kmo?’s, voor projecten met een hoger risico maar ook een grote potentiële opbrengst, en voor projecten waarin wordt samengewerkt tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en onderzoeksinstellingen.
Innovatie draagt altijd twee aspecten in zich: enerzijds vernieuwing (inventie), anderzijds de toepassing ervan. Steun voor O&O-bedrijfsprojecten wordt gegeven aan bedrijven die onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten uitvoeren met het oog op de realisatie van een economisch relevant innovatiedoel. Het kan gaan om nieuwe of verbeterde producten, processen of diensten of een combinatie ervan.
Essentieel is dat voor het realiseren van dit doel kennis moet worden opgebouwd, via een verantwoorde methodologie en systematische aanpak. Deze activiteiten van kennisopbouw vormen de grondslag voor de steun. Ze vormen dus slechts een deel van de innovatie-activititeiten van een bedrijf. (Diverse activiteiten zijn niet steunbaar in O&O-bedrijfsprojecten: engineeringsactiviteiten, routinematige verbeteringen en toepassing van bestaande technologie of kennis, ondersteunende activiteiten, algemene opleidingen en alle activiteiten die volgen op het O&O-traject.)
Bij de behandeling van de aanvragen gebruikt het IWT een selectiviteitsmechanisme (zie toelichtingsdocument) waarbij de projecten niet alleen op hun wetenschappelijk-technische kwaliteit, maar ook op hun valorisatiepotentieel worden beoordeeld. Zo worden van de wetenschappelijk beste projecten alleen die gesteund die voldoende toegevoegde waarde? genereren. Daarnaast komen ook de minder hoogtechnologische projecten met een sterk valorisatiepotentieel aan bod.
Het beoordelen van het valorisatiepotentieel van een project gebeurt aan de hand van verschillende factoren het wordt hoger ingeschat voor projecten met een langetermijnhorizon en ruimere ontwikkelings- en toepassingsmogelijkheden, voor projecten die qua businesscase en positie van de aanvrager steviger onderbouwd zijn en voor projecten waarvoor de return in Vlaanderen hoger en beter verankerd is.
Indien meerdere door IWT gesteunde projecten worden uitgevoerd waarvoor de resultaten samen aanleiding geven tot toegevoegde waarde, dan wordt bij elke opeenvolgende beslissing de totaliteit van de steun vergeleken met de totaliteit van de (potentiële) waardecreatie in Vlaanderen. De verschillende IWT-projecten worden m.a.w. gecumuleerd.