Automobiel

Print deze pagina     Subsidies vergelijken     Verstuur per e-mail

Info

In de context van de Taskforce Automobiel werd beslist de competitiviteit van deze sector, van groot economisch belang voor Vlaanderen, te ondersteunen. Een van de maatregelen was een verhoging van het steunpercentage voor IWT-projecten met 10 %.
De primaire doelgroep voor deze extra steun? bestaat uit de automobiel-assemblagebedrijven, de autobusbouwers en de vrachtwagenassemblagebedrijven in Vlaanderen: de bedrijven die gemotoriseerde voertuigen produceren die primair gericht zijn op gebruik op de openbare weg. Alle projecten die rechtstreeks bijdragen tot de competitieve positie van deze bedrijven, kunnen in aanmerking komen.
In de context van de ruimere verankering van de sector is ook het ontwikkelen en in stand houden van de toeleveringsketting aan de assemblagebedrijven van belang. De tweede doelgroep zijn dan ook de bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks toeleveren aan de assemblagebedrijven: zowel de eerstelijnstoeleveranciers als de toeleveranciers van componenten en materialen. Een bijzondere groep vormen de bedrijven die assemblagebedrijven ondersteunen in hun processen. In het algemeen is een directe samenwerking met een bedrijf uit de automobielketen zeer positief.

Daarnaast moeten de projecten zich primair richten op de voertuigsector. Het opbouwen van kennis die weliswaar in of ten bate van de voertuigsector kan ingezet worden, maar eigenlijk in ruimere context wordt ontwikkeld, komt niet in aanmerking voor de extra steun. Volgende projecten komen dus niet in aanmerking voor de extra steun :

  • projecten die zich in eerste instantie richten op speciale voertuigen en gespecialiseerde machines (bijvoorbeeld landbouwmachines) of op andere transportmiddelen dan via de openbare weg, inclusief projecten van toeleveranciers;
  • projecten die zich primair richten op valorisatie na de eigenlijke assemblage, in het bijzonder de vervangingsmarkt of het onderhoud van voertuigen of add ons op bestaande voertuigen, met inbegrip van projecten die zich richten op het aanpassen van bestaande voertuigen;
  • projecten gericht op service en distributie van voertuigen.

Binnen de O&O-bedrijfsprojecten maakt deze extra steun deel uit van de eventuele verhoging met 10 % voor beleidsdoelstellingen.

Meer info

Alle gesteunde projecten moeten voldoen aan de basisvereisten voor O&O-bedrijfsprojecten. De extra steun? bedraagt 10 % van de aanvaarde kosten, bovenop de basissteun die aan het project wordt toegekend. Deze extra steun kan worden gecumuleerd met de specifieke voordelen voor kmo?’s (extra kmo-steun).
Binnen het kmo-programma? bestaat de extra steun voor automobiel uit een verhoging van het maximum steunplafond.
De extra steun dient te worden aangevraagd bij het indienen van de projectaanvraag:

  • Voor de O&O-bedrijfsprojecten dient u in deel A.8 en deel D.3 duidelijk te vermelden dat u een beroep wenst te doen op de extra steun voor automobiel. Zowel uit de probleemstelling, het innovatiedoel en het werkprogramma als uit de valorisatieperspectieven moet duidelijk blijken dat dit O&O-project zich primair op de automobielsector richt.
  • Voor de kmo-haalbaarheidstudies en –projecten dient u in hoofdstuk 3 duidelijk te vermelden dat u een beroep wenst te doen op de extra steun voor automobiel. Zowel uit de probleemstelling, het innovatiedoel en het werkprogramma als uit de valorisatieperspectieven moet blijken dat dit kmo-project zich primair richt op de automobielsector.

Documenten voor indiening