Print deze pagina     Subsidies vergelijken     Verstuur per e-mail

Oproep actief

16/07/2010 09:00 - 16/11/2010 12:00


De oproep voor projectaanvragen 2010-2011 in het kader van het LandbouwOnderzoek is opengesteld. De uiterste datum voor indiening is dinsdag 16 november 2010 om 12 uur.

De kenmerken van het programma LandbouwOnderzoek zijn beschreven in de handleiding LandbouwOnderzoek en er is een template voor de opmaak van een projectaanvraag.

 

Oproep :
16/07/10 - 16/11/10
Doelgroep:
Subsidietype:
Programma:

Info

LandbouwOnderzoek wil een motor zijn achter de innovatie in de sector. De belangrijkste doelstelling van het programma? Het verwerven van kennis via basis- en praktijkgericht onderzoek. Bij het basisonderzoek ligt de focus op het genereren van nieuwe kennis. Het praktijkonderzoek omvat het vertalen van die kennis naar de praktijk en/of het ontwikkelen van innovatieve toepassingen voor de sector.

De doelgroep voor toepassing van de resultaten is de primaire sector: ondernemingen actief in de productie van gewassen (akkerbouw, sierteelt, groenteteelt en fruitteelt); van landbouwhuisdieren (dierlijke sector); en in de distributie en bewaring van deze producten.

De projecten hebben een collectief karakter: ze zijn gericht op de bevordering van de sector,  niet op het oplossen van problemen van individuele land- en tuinbouwbedrijven. De projectresultaten dienen een aantoonbare economische meerwaarde te genereren, en bij voorkeur ook een maatschappelijke en ecologische meerwaarde.

Wie komt in aanmerking?

Een projectvoorstel kan ingediend worden door

  • een Vlaamse instelling van hoger onderwijs
  • een onderzoeksinstelling
  • een praktijkcentrum erkend door de Vlaamse overheid?.

Zij kunnen zelfstandig of in samenwerkingsverband als aanvrager optreden, De bijdrage van elke partner moet een meerwaarde hebben voor  de kwaliteit van het project of voor de gebruiksmogelijkheden van de resultaten.

De hoofdaanvrager vormt - samen met de mede-aanvrager(s) - een projectconsortium, dat instaat voor de uitvoering van het project. Niet-Vlaamse onderzoeksgroepen kunnen enkel optreden als onderaannemer?. De praktische samenwerking wordt geregeld in een samenwerkingsovereenkomst.

Doel van het programma is kennis over te dragen naar een brede doelgroep. Om interactie te stimuleren, moet dan ook een gebruikersgroep samengesteld worden voor elk project: een representatieve vertegenwoordiging van de land- en tuinbouwsector waarnaar het project zich richt. De gebruikersgroep bestaat minimaal uit een beroepsorganisatie en/of vier individuele bedrijven. Naast land- en tuinbouwbedrijven, kunnen ook geïnteresseerde bedrijven stroomop- en -afwaarts in de agrofoodketen toetreden. Europese bedrijven en/of organisaties komen eveneens in aanmerking.

Bij de keuze van de leden van de gebruikersgroep moet u rekening houden met :

  • de relevantie voor de projectuitvoering
  • met de valorisatie van de resultaten
  • met de garantie op een goede samenwerking.

 

Welke projecten komen in aanmerking?

LandbouwOnderzoek beoogt projectmatige financiering van toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector. Het programma ondersteunt onderzoek en studiewerk met het oog op het verwerven, het bundelen en het vertalen van wetenschappelijk-technologische kennis naar innovatieve toepassingen in de praktijk.

Het praktijkonderzoek is van bijzonder belang voor de Vlaamse land- en tuinbouw. Daarom werd beslist om 25% van het voorziene begrotingskrediet prioritair te besteden aan de ondersteuning van:

  • onderzoek dat op korte termijn een oplossing wil bieden aan voor de sector relevante problemen
  • het bundelen en vertalen naar voor de praktijk direct bruikbare toepassingen.

De projectresultaten moeten kunnen gevaloriseerd worden door een zo ruim mogelijke groep van land- en tuinbouwbedrijven. Niet alleen moet de opgedane kennis worden verspreid onder de bedrijven en/of organisaties uit de doelgroep, zij moeten de projectresultaten op termijn ook effectief gebruiken. De projectaanvraag moet dan ook een duidelijke omschrijving bevatten van de voorziene valorisatie-activiteiten tijdens en na het project. Deze activiteiten - publicaties in vakbladen, proeven op praktijkbedrijven (besproken in de gebruikersgroep), organisatie van demonstraties/workshops/studiedagen, voorbereidingstraject tot een bedrijfsproject, of tot een technologische adviseerdienst, enz - moet u opnemen in het werkplan. Daarbij focust u op de valorisatie-activiteiten die het meest kans bieden op concrete toepassing van de projectresultaten bij de doelgroep die u beoogt.

Projecten die substantieel bijdragen tot duurzame ontwikkeling, kunnen een prioriteitsstelling in de selectie verkrijgen. Hiertoe wordt een DTO-score toegekend bij de beoordeling van het valorisatiepotentieel van een project.

Samen met de Vlaamse landbouwadministratie stelden we een aantal indicatoren op waarmee een project kan gescoord worden inzake duurzame landbouw. Zowel de ecologische, de economische als de sociale aspecten van duurzame landbouw worden in rekening gebracht. Enkel projecten die een duidelijke meerwaarde creëren m.b.t. de milieu-aspecten, kunnen een differentiële score bekomen.
 

Cijfers

Grafiek mbt de evolutie van het aantal steundossiers


Cases

Geen cases.