Print deze pagina     Subsidies vergelijken     Verstuur per e-mail

Basisprincipe

De Vlaamse overheid? betoelaagt 92,5% van de aanvaarde projectkosten. De overige 7,5 % moeten  de leden van de gebruikersgroep samenbrengen. Zij kunnen een financiële bijdrage leveren en/of een bijdrage in natura. Een bijdrage van andere overheidsinstanties of een eigen bijdrage van de projectuitvoerder(s) is uitgesloten. Het is de verantwoordelijkheid van de begunstigde? om erover te waken dat aan de voorwaarde van 7,5% cofinanciering is voldaan.


De steunmaatregel in detail

Een LandbouwOnderzoeksproject loopt van 2 tot 4 jaar. De financiering in jaar 3 en 4 hangt af van de tussentijdse evaluatie door het IWT.

meer info

Aanvaardbare kosten in de projectbegroting zijn: 

  • de reële personeelskosten?;
  • de werkingskosten (een forfaitair maximumbedrag van € 12.500 per manjaar);
  • de vaste of overheadkosten (20% van personeel- en werkingskosten).
Er geldt geen maximaal steunbedrag per project.


Personeelskosten

Enkel de directe loonkost van personeelsleden die onderzoeksactiviteiten uitvoeren kunnen op de projectbegroting ingebracht worden. Wanneer nog onduidelijk is wie de activiteiten zal uitvoeren, wordt uitgegaan van het barema en de anciënniteit  die het best aansluit bij het gewenste profiel. De personeelskosten omvatten de reële brutolonen die uitbetaald worden, inclusief de wettelijke bijdragen.

Voor onderzoeksinstellingen geldt dat enkel personen gebudgetteerd kunnen worden die niet reeds via andere overheidsbronnen betaald worden. Zelfstandig en Assisterend Academisch Personeel aan universiteiten en docenten met een vast contract aan hogescholen, die reeds een verloning krijgen via andere financieringsbronnen, kunnen enkel pro-memorie meewerken (voor zover de eigendomsrechten van de resultaten niet in het gedrang komen en hun statuut dit toelaat). In bepaalde gevallen echter, indien hun directe inzet substantieel en noodzakelijk is, kan het equivalent aantal maanden vergoed worden van een vervanger voor hun normale (onderwijs)taken. Dit dient uitdrukkelijk vermeld en gemotiveerd te worden.

Overige kosten

De overige projectkosten bestaan enerzijds uit de directe kosten voor werkingsmiddelen en uitrustingsgoederen en anderzijds uit de indirecte kosten van algemene aard.

De werkingskosten worden forfaitair begroot op maximaal € 12.500 per voltijds equivalent per jaar. Ze omvatten alle directe kosten  rechtstreeks verbonden aan het uitvoeren van het landbouwproject:

  • algemene werkingskosten (verbruiksgoederen volgens gangbare verdeelsleutel of eenheidsprijs voor de onderzoeksgroep);
  • specifieke werkingskosten (verbruiksgoederen);
  • reiskosten en/of kosten voor de deelname aan congressen en seminaries;
  • kleine apparatuur of uitrustingsgoederen met beperkte kostprijs (max. 5.000 €);
  • leasing of afschrijving van apparatuur;
  • computeruitrusting en software-licenties;
  • onderaannemingen (vanaf 5.000 € is een offerte verplicht).

LandbouwOnderzoek stelt geen middelen ter beschikking om basisinfrastructuur aan te kopen. Dergelijke investeringen kunnen  afgeschreven worden in functie van de bezetting voor het project, volgens de boekhoudkundige afschrijvingen van de organisatie.

Op de totale som van de personeels- en overeenkomstige werkingskosten wordt een forfait van 20% vaste kosten toegestaan. Deze  dienen voor de overheadkosten van zowel de onderzoeksgroep als van de universiteit of instelling.

Steun cijfers

Grafiek mbt het totale steunvolume