Proeftuin Zorginnovatieruimte Vlaanderen

Print deze pagina     Subsidies vergelijken     Verstuur per e-mail

Info

De proeftuin Zorginnovatieruimte Vlaanderen richt zich op het stimuleren van innovatie in de ouderenzorg om op termijn het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen die gepaard gaan met de vergrijzing van de Vlaamse bevolking. De proeftuin beoogt innovatieve zorg-initiatieven te ondersteunen waarbij aandacht besteed wordt aan alle aspecten van ouderenzorg, inclusief preventie (o.a. tegengaan van sociale kwetsbaarheid, verhogen van de kwaliteit van de huisvestingssituatie), sensibilisering, detectie, interventie en zorg.

Een proeftuin is een gestructureerde testomgeving waarin organisaties innovatieve technologieën, producten, diensten en concepten kunnen testen, gebruik makend van een representatieve groep van individuen, die als testers worden ingezet in hun eigen leef- en werkomgeving. Het doel is om de innovatie bij te sturen en/of te versnellen en/of om toekomstige noden te capteren.

De proeftuin bestaat uit proeftuinplatformen, waarop projecten uitgevoerd worden. Een platform bestaat uit een infrastructuur, een ondersteunende structuur voor de algemene werking en een testpopulatie.
Om te vermijden dat de verschillende platformen/projecten los van elkaar staan, is één “programme office” voorzien, die de activiteiten op alle platformen coördineert. Deze taak zal uitgevoerd worden door iMinds. Aan de programme office is een wetenschappelijk consortium van kennisinstellingen verbonden dat zal instaan voor de wetenschappelijke begeleiding van de platformen en projecten. Verder zal ook een klankbordcommissie opgezet worden die bestaat uit vertegenwoordigers van Flanders’ Care en verschillende actoren uit het werkveld en die als taak heeft om nieuwe innovatieve ideëen aan te reiken voor de proeftuinplatformen.

De proeftuin heeft een economische en/of maatschappelijke finaliteit. Op maatschappelijk vlak gaat de aandacht zowel naar het betaalbaar houden van het zorgsysteem als naar het voorzien van een degelijke zorgkwaliteit voor de individuele ouderen.


Wie komt in aanmerking?

Voor de projectvoorstellen kunnen de aanvragende consortia opgebouwd zijn uit:

  • steden of gemeenten uit het Vlaams Gewest (enkel de besturen),
  • organisaties met rechtspersoonlijkheid en die geen onderzoeksinstelling zijn. Onder deze categorie vallen :
  1. ondernemingen die hun economische activiteit op een duurzame wijze uitoefenen door middel van een vestiging in het Vlaams Gewest;
  2. social profit organisaties met activiteiten relevant voor de zorgsector die gevestigd zijn in het Vlaams Gewest;
  3. uni-communautaire Nederlandstalige social profit organisaties met activiteiten relevant voor de zorgsector die gevestigd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest . In dit geval is wel vereist dat de platform/projectaanvraag tot stand kwam op initiatief van een Vlaamse organisatie en de platform/projectresultaten een aantoonbaar belang hebben voor het Vlaams Gewest.

Kennisinstellingen kunnen geen aanvrager zijn, maar kunnen betrokken worden als onderaannemer?.

Welke projecten komen in aanmerking?

In de individuele proeftuinprojecten die op een platform worden uitgevoerd, kunnen zowel onderzoeks- als ontwikkelings-activiteiten in het domein van de ouderenzorg aan bod komen. De onderzoeksvragen kunnen zijn zeer divers zijn, en kunnen zowel betrekking hebben op nieuwe producten als op nieuwe processen :
  • In welke mate kunnen nieuwe zorg- en hulpprocessen (of nieuwe zorg- en hulpproducten) een bijdrage leveren aan de kwaliteit, kosteneffectiviteit en uitvoerbaarheid van de ouderenzorg?
  • Wat zijn de aantoonbare maatschappelijke en economische effecten van de nieuwe zorg- en hulpprocessen (of nieuwe zorg- en hulpproducten)?
  • In welke mate geven de nieuwe zorg- en hulpprocessen (of nieuwe zorg- en hulpproducten) invulling aan het bestaande woonzorg decreet en het decreet lokaal sociaal beleid?
  • Op welke wijze worden de nieuwe integratieve zorg- en hulpprocessen ondersteund door zorgproducten (bijv. domotica, huisvesting, ICT,…)? 
  • Op welke wijze zijn de nieuwe integratieve zorg- en hulpproducten geïntegreerd in de zorg- en hulpprocessen?
  • Op welke wijze kunnen de nieuwe zorg- en hulpprocessen (of nieuwe zorg- en hulpproducten) verspreid worden in andere zorgcontexten (vb. landelijk, stedelijk,…)?
  • Op welke wijze kunnen de nieuwe zorg- en hulpprocessen (of de nieuwe zorg- en hulpproducten) doorstromen in het regulier beleid, de markt of in een privaat-publieke samenwerking?
  • Welke juridische implicaties hebben de nieuwe zorg- en hulpprocessen (of nieuwe zorg- en hulpproducten)?
  • Welke implicaties hebben de nieuwe zorg- en hulpprocessen (of nieuwe zorg- en hulpproducten) voor de arbeids- en organisatieprocessen? 


Cases

Geen cases.