Wie komt in aanmerking?
Een TBM-project kan ingediend worden door elke Vlaamse non-profit-O&O-actor: ziekenhuizen, universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen.
U kunt een aanvraag indienen als consortium - met een hoofdaanvrager en één of meerdere mede-aanvragers - of louter als hoofdaanvrager.
Gezien de klinische focus van het programma, dient minstens één Vlaams ziekenhuis deel uit te maken van uw consortium. Dit moet inhoudelijk een belangrijke bijdrage leveren tot de projectaanvraag, en budgettair minimaal een aandeel in de begroting hebben van 10 %.
Ook niet-Vlaamse non-profit-O&O-actoren? kunnen opgenomen worden als mede-aanvrager in uw consortium. Voorwaarde is evenwel dat de totale begroting voor niet-Vlaamse actoren niet meer dan 20 % van de totale begroting bedraagt.
Als bedrijf kunt u niet optreden als aanvrager. Wel kan de uitvoering van bepaalde projectdelen uitbesteed worden aan onderaannemers; hiervoor zijn bedrijven wel toegelaten. Het betreft routinematige taken, zonder creatieve inbreng. De bijdrage van onderaannemers dient beperkt te blijven tot 30 % van de begroting.
Het TBM-programma maakt geen onderscheid tussen niet-universitaire en universitaire ziekenhuizen. Hoewel vooral universitaire ziekenhuizen beschikken over de vereiste O&O-capaciteit om een kwaliteitsvol project uit te voeren, staat het programma ook open voor niet-universitaire ziekenhuizen die over voldoende O&O-capaciteit beschikken.
Vlaamse universiteiten en hogescholen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap vallen, kunnen optreden als Vlaamse aanvrager. Ook universitaire ziekenhuizen die deel uitmaken van een Vlaamse universiteit kunnen dus optreden als Vlaamse aanvrager.
Welke projecten komen in aanmerking?
Uw project komt enkel in aanmerking voor subsidieverlening binnen het TBM-programma als aan elk van volgende voorwaarden is voldaan:
- Het omvat biomedisch onderzoek met als doel bij te dragen tot de ontwikkeling van een nieuwe therapie, diagnose en/of specifieke preventie van een bepaalde ziekte.
- Het onderzoek bevindt zich reeds ver in het traject van ontdekking naar toepassing; het richt zich eerder op de vertaling en uitwerking van een wetenschappelijke bevinding naar een klinische toepassing, dan op de novo kenniscreatie.
- Het onderzoek heeft een duidelijke toepasbaarheid die een meerwaarde biedt voor de Vlaamse gezondheidssituatie.
- Op het ogenblik van indiening (of in de nabije toekomst) is er nog geen industriële interesse in het project; er is ook geen bestaansreden voor een potentiële spin-off. Mogelijke redenen voor de afwezigheid van industriële interesse:
- de afwezigheid van octrooieerbaarheid;
- kleine patiëntenpopulaties, zodat de return on investment te klein is;
- nood aan patiëntspecifieke behandelingen, die het onmogelijk maken een gestandaardiseerd product te verkopen;
- hoge kosten bij individuele behandeling die de winstmarges drukken;
- een hoog commercieel risico;
- te kleine winstmarges.