- Oproep :
- 22/06/12 - 17/12/12
- Doelgroep:
- Programma:
- Extra Steun:
- kmo/ko-toeslag -
Info
Binnen het TGO-programma kunnen innovatieve projecten, gericht op de ontwikkeling van efficiëntere en betaalbare geneesmiddelen gesteund worden. Een doorgedreven samenwerking tussen bedrijven, onderzoeksinstellingen en klinische centra staat hierbij centraal. Verder wordt de ontwikkeling en uitvoering van adaptieve klinische studies en het gebruik van biomerkers en biologische materialen, afkomstig uit vraaggedreven biobanken, gestimuleerd.
IWT schakelt binnenkort over naar een nieuw kostenmodel. U vindt de nodige informatie met betrekking tot dit nieuwe model onder de tab Documenten. TGO-aanvragers kunnen kiezen of zij het oude OF het nieuwe kostenmodel gebruiken. Doorheen het project (Module 1, 2 en 3) moet wel hetzelfde model gehanteerd worden.
Het nieuwe kostenmodel is geldig voor alle modules, meer informatie kan u bekomen bij Katrien Swerts.
Wie komt in aanmerking?
Een projectvoorstel wordt door een consortium van aanvragers ingediend. Dit consortium kan zowel bedrijven, onderzoeksinstellingen als klinische centra bevatten.
Elk consortium bestaat uit minstens één bedrijf en één onderzoeksinstelling. De aanwezigheid van meerdere, doch relevante bedrijven, kennisinstellingen en/of klinische centra in een consortium levert bij de selectie een voordeel op.
meer info
Bedrijven :
Elk bedrijf met een exploitatievestiging in het Vlaams gewest kan aan een TGO-project deelnemen. Voorwaarde is wel dat het bedrijf bij het ondertekenen van de overeenkomst over een rechtspersoonlijkheid beschikt. Verder moet het in staat zijn de resultaten in voldoende mate (doch niet uitsluitend) in Vlaanderen te exploiteren.
Bedrijven kunnen enkel aan
Module 1 deelnemen. Ze staan binnen deze module in voor het uitvoeren van O&O activiteiten, bij voorkeur gerelateerd aan het uitvoeren van een adaptieve klinische studie. De onderneming treedt hierbij als hoofdaanvrager of bedrijfspartner op.
Onderzoeksinstellingen :
Vlaamse onderzoeksinstellingen (universiteiten, hogescholen, strategisch onderzoekscentra, collectieve centra, etc.) kunnen eveneens aan Modules 1, 2 en 3 deelnemen.
Module 1:
Uitvoering van O&O activiteiten door bedrijven. Onderzoeksinstellingen kunnen binnen deze module als onderaannemer
? of als onderzoekspartner deelnemen.
Module 2:
Financiering van onderzoeksinstellingen (i.e. universiteiten en hogescholen) voor het uitvoeren van strategisch basisonderzoek. De focus van deze module ligt op kenniscreatie bij onderzoeksinstellingen. De projectresultaten moeten in een volgende fase naar bedrijven of maatschappelijke actoren getransfereerd worden. Een Vlaamse onderzoeksinstelling, die aan de bepalingen zoals beschreven in de Europese kaderregeling (art. 2.2d) voldoet, kan binnen Module 2 als hoofdaanvrager of als partner/contractant optreden.
Module 3:
Financiering van onderzoeksinstellingen of klinische centra voor het uitvoeren van toegepast biomedisch onderzoek. Module 3 beoogt de vertaling van een ‘proof of concept’ naar een maatschappelijk relevante toepassing. Er bestaat geen industriële interesse in de ontwikkelde toepassing. De onderzoeksinstelling treedt binnen deze module als hoofdaanvrager of als partner/contractant op.
Klinische centra :
Vlaamse klinische centra (e.g. ziekenhuizen en dergelijke) kunnen eveneens aan het TGO programma deelnemen. De centra kunnen in Modules 1, 2 en 3 participeren.
Module 1:
Uitvoering van O&O activiteiten door bedrijven. Klinische centra kunnen binnen deze module als onderaannemer of als onderzoekspartner deelnemen.
Module 2:
Financiering van onderzoeksinstellingen voor het uitvoeren van strategisch basisonderzoek. Klinische centra kunnen binnen deze module als onderaannemer of als partner/contractant deelnemen.
Module 3:
Financiering van Vlaamse onderzoeksinstellingen of klinische centra voor het uitvoeren van toegepast biomedisch onderzoek. Module 3 beoogt de vertaling van een ‘proof of concept’ naar een maatschappelijk relevante toepassing. Er bestaat geen industriële interesse in de ontwikkelde toepassing. Het klinisch centrum treedt binnen deze module als hoofdaanvrager, onderaannemer of partner/contractant op. Wanneer een klinisch centrum als hoofdaanvrager fungeert, geldt volgende specifieke randvoorwaarde: Een Vlaams klinisch centrum kan als hoofdaanvrager optreden indien deze instelling over voldoende O&O-capaciteit beschikt. Indien dit niet het geval is, moet het centrum met een Vlaamse universiteit samenwerken.
Welke projecten komen in aanmerking?
Binnen het TGO-programma komt een brede waaier van activiteiten, die binnen één van volgende modules passen, voor steun in aanmerking:
Module 1: Onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten
Dit type onderzoek wordt door bedrijven uitgevoerd (o.a. het uitvoeren van een innovatieve adaptieve klinische studie). De bedrijven staan in voor de industriële valorisatie van de projectresultaten. Het onderzoek heeft eveneens een maatschappelijke meerwaarde.
Module 2: Strategisch basisonderzoek
Het strategisch basisonderzoek wordt door onderzoeksinstellingen uitgevoerd. De projectresultaten moeten op termijn naar bedrijven of maatschappelijke actoren getransfereerd worden.
Module 3: Toegepast onderzoek
Dit type onderzoek wordt door onderzoeksinstellingen / klinische centra uitgevoerd. Het betreft de vertaling van een ‘proof of concept’ naar concrete toepassingen met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Er bestaat geen industriële interesse in de ontwikkelde toepassingen.
De modules kunnen binnen een TGO-project op verschillende manieren gecombineerd worden. Hierbij is het de bedoeling dat er een maximale samenwerking tussen bedrijven, onderzoeksinstellingen en/of klinische centra nagestreefd wordt.
Module 1: het projectvoorstel bevat enkel onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die door een bedrijf uitgevoerd worden. Wanneer het projectvoorstel enkel uit Module 1 bestaat, moet het bedrijf met een onderzoeksinstelling samenwerken. De onderzoeksinstelling levert relevante kennis en/of technologie aan en fungeert bijgevolg als onderzoekspartner (niet als onderaannemer
?).
Module 1 + Module 2: het projectvoorstel bevat O&O activiteiten die door een bedrijf uitgevoerd worden. Daarnaast zal een onderzoeksinstelling voor de uitvoering van strategisch basisonderzoek instaan. Beide onderdelen vormen een geïntegreerd geheel.
Module 1 + Module 3: het projectvoorstel bevat naast O&O activiteiten, die door een bedrijf uitgevoerd worden, toegepast onderzoek met een maatschappelijke finaliteit. Een onderzoeksinstelling of klinisch centrum staat in voor de uitvoering van het toepgast onderzoek. Beide onderdelen vormen een geïntegreerd geheel.
Module 1 + Module 2 + Module 3: De drie modules worden gecombineerd. Bedrijven, onderzoeksinstellingen en/of klinische centra werken samen in een project dat zowel O&O activiteiten, strategisch basisonderzoek als toegepast onderzoek bevat. De drie onderdelen vormen een geïntegreerd geheel.
meer info
Wat zijn steunbare activiteiten :
Module 1: Onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten
Bedrijven kunnen in het kader van het TGO-programma onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten uitvoeren. Deze activiteiten zijn op het uitvoeren van een adaptieve klinische studie gericht. Deze studie moet een duidelijke kennisverwervende component bevatten.
De vereiste kennis moet via een verantwoorde methodologie en een systematische aanpak opgebouwd worden. Het zijn deze activiteiten van kennisopbouw of de activiteiten die deze kennisopbouw rechtstreeks ondersteunen die de grondslag voor steunverlening vormen. De aanvaardbare activiteiten vormen maar een deel van de innovatie-activiteiten die binnen een bedrijf uitgevoerd worden. Zo worden die delen van het traject, die te dicht bij de commercialisering van het resultaat aanleunen, niet gesteund. Ook volgende activiteiten kunnen binnen het TGO-programma niet gesteund worden: alle engineeringsactiviteiten, routinematige verbeteringen en loutere toepassing van bestaande technologie of kennis, algemene ondersteunende activiteiten, algemene opleidingen en alle activiteiten die volgen op het O&O-traject (i.e. accreditatie-activiteiten, marketing, (voorbereiding van) investeringen en het productierijp maken van de ontwikkelingen).
De bedrijfssteun is aan de Europese concurrentieregels onderworpen. Ze wordt op basis van de rechtsgrond van het O&O besluit bedrijfssteun toegekend. Dit besluit werd aangemeld en goedgekeurd door de Europese Commissie.
Module 2: Strategisch Basisonderzoek
Binnen Module 2 van het TGO-programma kunnen onderzoeksinstellingen aan kennisopbouwend onderzoek doen. Hierbij is het belangrijk te motiveren hoe het basisonderzoek tot de algemene doelstellingen van het aanvragend consortium zal bijdragen.
De resultaten die uit dit type onderzoek voortspruiten, zullen slechts op lange termijn gevaloriseerd kunnen worden. Toch is het belangrijk dat onderzoeksinstellingen reeds in het projectvoorstel aangeven hoe de resultaten gevaloriseerd kunnen worden. Hierbij moeten ze met de productengamma’s van mogelijke afnemers rekening houden. Verder moeten ze de effectieve transfer, benutting en valorisatie van de onderzoeksresultaten actief stimuleren.
Onderzoeksinstellingen kunnen activiteiten, verbonden aan de beoogde valorisatieaanpak (e.g. interactie met bedrijven, vergaderingen met de begeleidingscommissie, voorbereiding van octrooiaanvragen door de wetenschappelijke projectuitvoerders, etc.), in het projectvoorstel opnemen. Het is evenwel niet de bedoeling dat onderzoeksinstellingen activiteiten, die tot de normale O&O horizon van een bedrijf behoren, uitvoeren. Ze mogen ook geen toegepast onderzoek verrichten.
De resultaten, die in het kader van Module 2 gegenereerd worden, zullen op termijn naar bedrijven of maatschappelijke actoren getransfereerd worden. Hierbij mogen de resultaten aan derde partijen, die geen lid van het consortium zijn, overgedragen worden. Op die manier kan men een bredere valorisatie bekomen. Deelaspecten met een zuiver maatschappelijke finaliteit (i.e. er bestaat geen industriële interesse in de gegenereerde projectresultaten) kunnen voor vertaling naar toepassingen naar Module 3 getransfereerd worden.
Binnen Module 2 treden de kennisinstellingen als begunstigden op. De steun wordt op basis van de rechtsgrond van het SBO besluit toegekend.
Module 3: Toegepast Onderzoek
Binnen het TGO-projectvoorstel (Module 1 of 2) kunnen deelresultaten bekomen worden waarin bedrijven omwille van bedrijfseconomische redenen niet geïnteresseerd zijn. Indien deze deelaspecten tot toepassingen met een belangrijke meerwaarde voor patiënten (e.g. een verbeterde diagnose, therapie of preventie) kunnen leiden, kunnen zij binnen Module 3 verder uitgewerkt worden.
Module 3 is bijgevolg op toepassingsgedreven biomedisch onderzoek gericht. Hierbij is het de bedoeling wetenschappelijke bevindingen (proof of concept) naar klinische toepassingen te vertalen.
Het onder Module 3 ingediende deelproject moet aan volgende criteria voldoen:
- Het deelproject omvat biomedisch onderzoek, gericht op de ontwikkeling van een nieuwe therapie, diagnose en/of specifieke preventie van een bepaalde ziekte.
- Het onderzoek bevindt zich reeds ver in het traject van ontdekking naar toepassing. Er werd reeds een duidelijke proof-of-concept bereikt (in een diermodel of in een beperkte groep patiënten) of het is zeer logisch en plausibel om aan te nemen dat de beoogde klinische toepassing op vrij korte termijn ontwikkeld kan worden. Daarnaast moet de vooropgestelde toepassing een significante toegevoegde waarde? bieden voor de patiënt.
- Het onderzoek richt zich eerder op de vertaling en uitwerking van een wetenschappelijke bevinding naar een klinische toepassing dan op de novo kenniscreatie. Anderzijds situeert het project zich ook niet te ver in het traject van ontdekking naar toepassing. Zo mag het niet uit implementatie- of “engineerings”activiteiten bestaan.
- Het onderzoek heeft een duidelijke toepasbaarheid die een meerwaarde voor de Vlaamse gezondheidssituatie biedt. Daarnaast heeft de toepassing een positieve medische impact voor een bepaalde patiëntengroep.
- Op het ogenblik van indiening (of in de nabije toekomst) is er geen industriële interesse in het deelproject. Er bestaat ook geen bestaansreden voor een potentiële spin-off.
Binnen Module 3 treden kennisinstellingen en/of klinische centra als begunstigden op. De steun wordt op basis van de rechtsgrond van het TBM besluit toegekend.
Synoniemen
TGO-programma