Wie komt in aanmerking?
VIS? trajecten worden aangevraagd door:
- ofwel een consortium van in hoofdzaak Vlaamse bedrijven. Bij de aanvraag dienen minimaal 10 bedrijven formeel lid te zijn van dit consortium met een representatieve kmo? vertegenwoordiging. Indien het consortium bij de aanvraag niet beschikt over een juridisch statuut, dan duidt het consortium een vertegenwoordiger aan die als hoofdaanvrager optreedt. Deze vertegenwoordiger kan een bedrijf, collectief centrum, beroepsfederatie of andere organisatie zijn dat lid is van het consortium. Het samenwerkingsverband dat bij de aanvraag minimaal tien lidbedrijven telt, dient na twee jaar, hetzij tenminste tot 20 leden te zijn uitgegroeid, hetzij een representatieve meerderheid (2/3de) van de doelgroep te bevatten in geval de doelgroep minder dan 20 bedrijven in Vlaanderen zou tellen.
- ofwel een organisatie die kan optreden namens een groep van bedrijven zoals bvb. een beroepsfederatie, een specifieke belangenvereniging. Het representatief karakter komt tot uiting door de niet-commerciële en neutrale positie die wordt ingenomen ten aanzien van de betrokken bedrijven;
- ofwel een collectief centrum dat middels het VIS-besluit erkend is als een Vlaams Innovatiesamenwerkingsverband;
- of een combinatie van voorgaande.
Er worden bij voorkeur geen nieuwe juridische structuren opgericht voor de indiening van een VIS-traject.
Welke projecten komen in aanmerking?
De activiteiten met betrekking tot de invulling van de VIS?-trajecten zijn van uiteenlopende aard naargelang de concrete probleemstelling van het project. Kenmerkend voor VIS trajecten is een geïntegreerde aanpak, waarbij alle activiteiten die kunnen gesteund worden onder het VIS-besluit, gaande van kennisverwerving tot kennisoverdracht en het concreet toepassen van die kennis bij de doelgroepbedrijven, zolang deze activiteiten bijdragen aan de oplossingen. In functie van de specifieke noden kan de kennis/technologie hiervoor zelf ontwikkeld worden dan wel kan eerder en/of in het buitenland ontwikkelde (geavanceerde) kennis/technologie aangewend worden.
De activiteiten kunnen, in functie van de concrete behoeften, modulair samengesteld worden. Activiteiten zoals informatieverspreiding, sensibilisering, kennisopbouw/kennistransfer, vertaal- en demonstratieonderzoek, kennisverspreiding, netwerkvorming en aanzet tot implementatie van de projectresultaten bij de doelgroepbedrijven kunnen aan bod komen en kunnen afhankelijk van de noden parallel (of lineair) uitgevoerd worden. Er dient sterk over gewaakt te worden dat er voldoende onderlinge samenhang bestaat tussen de activiteiten.
VIS-trajecten beogen concrete innovaties/veranderingen bij een zo ruim mogelijke groep van bedrijven. Valorisatie houdt in dat de (ontwikkelde) kennis/projectresultaten reeds tijdens (of op korte termijn na afloop van) het traject effectief gebruikt worden door de bedrijven en/of organisaties uit de doelgroep. De projectaanvraag moet een duidelijke omschrijving van de voorziene activiteiten van kennisverspreiding en valorisatie van de resultaten bevatten. Er moet daarbij focus zijn op die activiteiten die het meest kans bieden op concrete innovaties/veranderingen bij de doelgroep. In dit verband is het bijvoorbeeld mogelijk om een bedrijf een beperkt aantal dagen te begeleiden bij de voorbereiding op of het opzetten van concrete innovaties/toepassingen. De belangrijkste vorm van kennisborging bij een VIS-traject is de toepassing van die kennis bij de doelgroep binnen de projectduur. Het is echter mogelijk, hoewel dit beperkt moet blijven, dat bepaalde kennis niet onmiddellijk toegepast kan worden of aanleiding geeft tot een ‘spill-overs’ effect. In dat geval dient de wijze van kennisborging, en eventuele (beperkte) activiteiten kennisverspreiding/overdracht, na afloop van het traject eveneens beschreven te worden in de projectaanvraag.