Basisprincipe
De subsidie voor VIS
?-trajecten bedraagt 80 % van de aanvaardbare begroting van het project. De omvang en projectduur van de projecten dient in verhouding te staan met de na te streven doelstellingen, de grootte van de te bereiken doelgroep en de economische impact die bij deze doelgroep vooropgesteld wordt. De projectbegrotingen dienen dan ook uit te gaan van een maximale kosten-efficiëntie in verhouding met de resultaatsobjectieven en de beoogde effecten.
De projectduur van een VIS-traject bedraagt in principe vier jaar, maar VIS-trajecten kunnen een looptijd hebben van minimaal 2 tot maximaal 6 jaar, met een tussentijdse evaluatie om de 2 jaar.Voor projecten met een duur langer dan 4 jaar worden voor de tussentijdse evaluatie na 4 jaar externe deskundigen ingeschakeld.
In het kader van een VIS-Traject is een maximale bezetting van 8 VTE’s mogelijk. De begroting bestaat uit personeelskosten
? en overige kosten.
De aan de doelgroepbedrijven toegekende steun is de-minimissteun. De financiering van de resterende 20% van het projectbudget gebeurt via bijdragen van de doelgroepbedrijven.
De steunmaatregel in detail
De aanvaardbare personeelskosten
? vormen de basis. Ze moeten steeds na het project verantwoord kunnen worden, zowel naar geleverde prestaties op het project, als naar uitgevoerde betalingen.
De overige projectkosten bestaan enerzijds uit de directe kosten voor werkingsmiddelen en uitrustingsgoederen, en anderzijds uit indirecte kosten, zijnde algemene kosten die weliswaar uit de activiteiten voortvloeien, maar die ofwel niet direct toewijsbaar zijn, of kosten van algemeen ondersteunende aard zijn.
De directe en indirecte kosten worden in het projectvoorstel berekend als een standaardkost, per voltijds equivalent (VTE). Deze standaardkost bedraagt maximaal 37.500 EUR.